Meditatie
Ik wou dat de kerk...
Ik wou dat de kerk weer de kandelaar was
die het licht van Gods heiligheid droeg.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en God om vergiffenis vroeg.
Ik wou dat de kerk weer het vuurbaken was
dat ieder de weg wees naar huis.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en 't licht wierp op Golgotha's kruis.
Ik wou dat de kerk weer de vissersvloot was
die mensen wou vangen voor God.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en deed naar Gods grote gebod.
Ik wou dat de kerk weer de koningsstad was
heel hoog op de bergen gebouwd.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas
en 't Woord bracht door God haar betrouwd.
Ik wou dat de kerk 't licht der wereld nog was.
Zo helder, zo vrolijk en blij.
Ik wou dat de kerk van haar zonden genas.
De kerk?...... Maar de kerk dat zijn WIJ.
E. IJskens-Kooger
Zelfs dan
Habakuk 3:17-19
Wanneer de vijgeboom niet bloeien zou,
de wijnstok niet zijn opbrengst meer zou geven,
de schapen uit de stallen zijn verdreven,
dan zal ik nochtans juichen in Gods trouw.
Al zou ik altijd eenzaam moeten zijn,
en niemand hebben voor wie ik kon zorgen,
al zou ik 's avonds bang zijn voor de morgen,
dan zou Gods naam nog op mijn lippen zijn.
Dan zal ik nochtans juichen in de Heer.
Ik zal - ach God, wat zeg ik grote dingen,
U weet, hoe dikwijls ik niet wilde zingen;
de bomen bloeiden - maar ik zong niet meer.
Toch is Uw goedheid als de morgendauw,
toch blijft Gij met Uw zorgen mij omringen;
leer mij weer danken, God, leer mij weer zingen
ook als de vijgeboom niet bloeien zou.
Nel Benschop